Leeftijdsgrens commissarissen vervallen

Op 23 april 2002 is de wettelijke leeftijdsgrens voor leden van raden van commissarissen komen te vervallen. Die grens lag bij 72 jaar. Hij gold voor NV's, BV's, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen.

De leeftijdsgrens was in 1971 ingevoerd met de motivering dat doorgaans bij het ouder worden het vermogen om op relevante nieuwe ontwikkelingen in te spelen, om de directie te controleren en te adviseren, minder wordt naarmate iemands eigen actuele ervaring in het bedrijfsleven en elders afneemt. Een ander argument was dat het soms moeilijk is een commissaris weg te krijgen, die niet beseft dat er een tijd is van komen en gaan, en dat die laatste tijd voor hem aangebroken is. Soms ook, zo was in 1971 de gedachte, zal men aarzelingen hebben een commissaris hierop te wijzen en ook dan is een leeftijdsgrens een goede middel om voor verjonging in de raad van commissarissen te zorgen zonder dat daarover pijnlijke discussies moeten worden gevoerd.

Veranderde maatschappelijke opvattingen

Hoewel de bovenstaande argumenten nog steeds gelden, zijn (volgens de regering) de maatschappelijke opvattingen ten aanzien van leeftijdsdiscriminatie aan het bewegen geraakt. Ook Europese regelgeving gaat steeds meer in de richting dat leeftijdsgrenzen geen middel van deze tijd meer zijn om op efficiënte wijze de controle en het toezicht in ondernemingen te regelen.

Aansprakelijkheidsrecht

Ondernemingen willen echter niet door de nieuwe wetgeving voortaan tot in lengte van jaren aan al hun commissaris vast zitten. De regering heeft in dit verband gewezen op de reinigende werking van het aansprakelijkheidsrecht. De minister meende dat het besef aansprakelijk te kunnen worden gehouden vaak een effectiever aansporing tot behoorlijke taakuitoefening is dan enig (ander) wettelijk mechanisme. Ook de andere commissarissen zullen, aldus de minister, het risico van een gebrekkig functionerende commissaris in hun midden niet willen lopen en hem aanraden te vertrekken als commissaris. Daarmee is echter geenszins het probleem voorkomen van de commissaris die zich zelf uitstekend vindt functioneren terwijl verder iedereen van oordeel is dat hij moet vertrekken. Ik vraag mij dus af of het aansprakelijkheidsrecht een goede waarborg is voor het goed functioneren van commissarissen.

Zelf maatregelen treffen

Het is mijns inziens beter dergelijke problemen op een ondubbelzinnige manier te voorkomen. Dat gaat echter niet vanzelf. Anders dan vóór 23 april 2002 moet u hiertoe zelf, van te voren, maatregelen treffen. Dat kan door aanpassing van de statuten van uw onderneming of anderszins. Te denken valt bijvoorbeeld aan:

1. benoeming voor bepaalde tijd (bij grote rechtspersonen geldt reeds een wettelijk regime);
2. beperking van het maximaal aantal herbenoemingen;
3. de verplichting bij een herbenoeming vast te leggen hoe een commissaris zijn taak heeft vervuld, en
4. motiveringsplicht van aanbevelingen en voordrachten tot herbenoeming.

En natuurlijk is er altijd nog het paardenmiddel van tussentijds ontslag door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bij slecht functioneren van een commissaris.

Informatie

Indien u nadere informatie wenst naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u contact opnemen met mr. H.T. Kernkamp.

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law