Kennelijk onredelijk ontslagprocedure in 2010

Welke rekenmethode?

Voor de bepaling van de hoogte van een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag bestaat geen rekenmethode. De rechter kan zelf bepalen wat een billijke vergoeding is bij een ontslag met een ontslagvergunning van het UWV Werkbedrijf. Dat zorgt er enerzijds voor dat de rechter maatwerk kan leveren. Anderzijds kan dit leiden tot rechtsonzekerheid. Het is prettig als partijen vooraf zelf een inschatting kunnen maken wat de hoogte van een billijke vergoeding is. Dat voorkomt onnodige procedures. Een aantal gerechtshoven probeerde vorig jaar om de praktijk hierin tegemoet te komen. Recent ingrijpen van de Hoge Raad stak hier echter een stokje voor. Het Haagse gerechtshof hanteerde sinds een serie uitspraken van 14 oktober 2008 een nieuwe, duidelijke berekenmethode bij het bepalen van de vergoeding: de bekende kantonrechtersformule verminderd met 30%. Dit leek een stap richting eenvormigheid, maar dat was het niet. De gerechtshoven Amsterdam, ’s-Hertogenbosch en Leeuwarden formuleerden op 7 juli 2009 een eigen rekenmethode, de zogenaamde XYZ-formule, die kortweg neerkwam op de kantonrechtersformule met C=0,5. Toen bestonden er dus twee rekenmethodes. Tijd voor de Hoge Raad om duidelijkheid te scheppen.

Wat is een ‘Kennelijk onredelijk ontslag’?

Als de werkgever de arbeidsovereenkomst wil opzeggen moet toestemming door het UWV Werkbedrijf (voorheen CWI) worden verleend. Voordat het UWV Werkbedrijf toestemming geeft voor de opzegging, toetst het UWV Werkbedrijf of het voorgenomen ontslag aan de vereisten voldoet. Het UWV Werkbedrijf kan geen ontslagvergoeding toekennen. Wel kan de werknemer in een aparte procedure bij de rechter proberen alsnog een vergoeding te krijgen.

In die aparte procedure kan de werknemer een vergoeding vorderen wegens kennelijk onredelijk ontslag. Er kan sprake zijn van kennelijk onredelijk ontslag als de gevolgen van het ontslag voor de werknemer te ernstig zijn in verhouding tot het belang van het ontslag voor de werkgever. Daarvan kan sprake zijn als aan de werknemer geen enkele financiële compensatie (ontslagvergoeding) is aangeboden. De rechter in de kennelijk onredelijk ontslag procedure toetst niet of het ontslag op de juiste wijze is verleend, die toets heeft al bij het UWV Werkbedrijf plaatsgevonden.

Wel zal de rechter alle omstandigheden meewegen om vervolgens vast te stellen of de werknemer recht heeft op een ontslagvergoeding en zo ja, op hoeveel. Tot nu toe was het altijd lastig te voorspellen hoeveel zo’n vergoeding in een bepaald geval zou bedragen. Anders dan in ontbindingsprocedures gingen rechters bij onredelijk ontslag procedures immers niet uit van de kantonrechtersformule. Dit bracht dus onzekerheid met zich mee, niet alleen voor werknemers, maar ook voor werkgevers.

Haagse methode en Amsterdamse methode exit

Inmiddels heeft de Hoge Raad zich over beide methodes kunnen uitspreken. In november 2009 sneuvelde de Haagse methode al. In februari 2010 trof de XYZ formule hetzelfde lot. De redenering van de Hoge Raad bij het afwijzen van de formules is als volgt. Als eenmaal is vastgesteld dat er sprake is van kennelijk onredelijk ontslag, heeft de werknemer recht op een vergoeding, zoals blijkt uit artikel 7:681 lid 1 BW. De hoogte van deze vergoeding houdt uiteraard nauw verband met de omstandigheden die tot het einde van de arbeidsovereenkomst hebben geleid en is mede afhankelijk van omstandigheden als de duur van het dienstverband, de leeftijd van de werknemer en diens kans op het vinden van ander passend werk . Tot zover lijkt de schadevergoeding veel op de vergoeding die in het kader van een ontbindingsprocedure wordt toegekend.

De vergoeding als bedoeld in artikel 7:681 lid 1 BW heeft echter het karakter van een schadevergoeding, hetgeen betekent dat de rechter de schade begroot “op de wijze die het meest daarmee in overeenstemming is”. De rechter is zelfs vrij om de omvang van de schade te schatten als deze niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. Bij dit uitgangspunt past niet dat de schade wordt begroot aan de hand van een algemene formule zoals die door het Hof Den Haag of het Hof Amsterdam werd gebruikt.

Hoewel de Hoge Raad begrip heeft voor de wens uit de praktijk om een formule te hebben waarmee de uitkomst van een procedure kan worden voorspeld, meent de Hoge Raad dat de voorspelbaarheid van uitkomsten van kennelijk onredelijk ontslag procedures ook kan worden vergroot als de rechters in dit soort procedures volledig inzicht geven in de gedachtegang die tot hun beslissing heeft geleid.

Voor werknemers en werkgevers wier arbeidsrelatie eindigt met toestemming van het UWV Werkbedrijf is de situatie er niet duidelijker op geworden, nu in dit soort zaken een eenvoudige berekening om de te verwachten vergoeding vast te stellen niet (meer) bestaat. Een weging van alle relevante omstandigheden – met kennis van de factoren die rechters in het algemeen plegen mee te wegen – is nodig om een redelijke inschatting te kunnen maken van de vergoeding die in een procedure zal worden toegewezen. Deze inschatting wordt natuurlijk ook gebruikt om de positie te bepalen in de onderhandelingen die aan een dergelijke procedure vooraf gaan. Zolang er geen eenvoudige methode bestaat om de vergoeding bij ontslag te berekenen zijn rechtzoekenden voor een goede inschatting van hun positie aangewezen op de gedegen kennis over de recente jurisprudentie op dit punt die een arbeidsrechtspecialist in huis heeft.

Informatie

Wij staan onze cliënten bij, bij de onderhandelingen over beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de daarbij passende ontslagvergoeding. Laat u altijd bijstaan door een professional. Indien u nadere informatie wenst over onze dienstverlening, dan kunt u contact opnemen met de contactpersoon van de praktijkgroep arbeidsrecht.

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law