Winst uit illegale onderhuur moet worden afgedragen

Op 18 juni 2010 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak tussen woningcorporatie Ymere en één van haar huursters. Deze huurster huurde sinds 1 mei 1990 een woning van Ymere. In de huurovereenkomst is opgenomen dat de woning niet mag worden onderverhuurd, tenzij Ymere daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven. Toch is de huurster in 2003 de woning gaan onderverhuren aan studenten. In de procedure is vast komen te staan dat zij daarmee maandelijks een winst van € 345 behaalde. Ymere heeft vervolgens in kort geding gevorderd dat de woning wordt ontruimd in afwachting van de ontbinding van de huurovereenkomst. Daarnaast – en daarover gaat de procedure in cassatie – heeft Ymere bij wijze van schadevergoeding gevorderd dat de huurster de door haar gemaakte winst uit onderverhuur afdraagt.

Ymere vorderde terugbetaling van een bedrag van € 13.800. De kantonrechter heeft in eerste instantie een bedrag van € 5.697,60 aan schadevergoeding toegewezen. In hoger beroep is alsnog het gehele bedrag van € 13.800 toegewezen.

De Hoge Raad heeft nu de uitspraak van het hof bevestigd. Daartoe overweegt hij, dat artikel 6:104 BW de rechter een discretionaire mogelijkheid biedt om de schade te begroten op de gehele winst of een gedeelte daarvan. Concreet nadeel behoeft niet te worden aangetoond; het is voldoende als aannemelijk is dat er enige vorm van schade is. Daarom blijft de veroordeling tot betaling van een bedrag van € 13.800 in stand.

Uitspraken:
Hoge Raad 18 juni 2010, LJN BM0893
Gerechtshof Amsterdam 9 september 2008, LJN BF1347

Zie ook:

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law