Vervroegd pensioen KLM-piloten geldig

De Hoge Raad heeft op 13 juli 2012 uitspraak gedaan in een door een aantal KLM-piloten aanhangig gemaakte procedure over het CAO geregelde verplichte pensioenontslag. Verkeersvliegers die de 56-jarige leeftijd bereiken gaan verplicht met ontslag. Is dit in strijd met het verbod van leeftijdsdiscriminatie? De piloten meenden dat dat het geval was. Een dergelijke zaak was in 2004 ook al eens door de Hoge Raad beoordeeld. De piloten verloren. Maar inmiddels is de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid ingevoerd, en dat leek de piloten een goede aanleiding om het nog eens bij de rechter te proberen. Zowel bij de kantonrechter als in hoger beroep werd de vordering afgewezen. En daarom boog de Hoge Raad zich wederom over het verplichte pensioenontslag van de verkeersvliegers.

Intussen is er nog meer gebeurd. Het Europese Hof van Justitie oordeelde op 13 september 2011 in de zaak “Prigge” over een Duitse CAO-bepaling, op grond waarvan Lufthansa-piloten verplicht pensioenontslag krjgen wegens het bereiken van de 60-jarige leeftijd. In die zaak oordeelde het Hof van Justitie dat het doel van de veiligheid van het luchtverkeer niet tot de in art. 6 lid 1 van de Richtlijn voor gelijke behandeling in arbeid en beroep bedoelde doelstellingen behoort. Een mooie opsteker, maar dat hielp de piloten niet.

In de Nederlandse zaak had het Gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat nagestreefde doelstellingen binnen de wet en de Europese regelgeving pasten. De doelstellingen van de CAO bepaling waren in het Nederlandse geval:

  • het bereiken van een regelmatige en voorspelbare doorstroming van verkeersvliegers tussen de rangen,
  • kostenbeheersing
  • en een evenwichtige personeelsopbouw (waaronder begrepen een evenwichtige verdeling van de werkgelegenheidskansen binnen de beroepsgroep)

De doelstellingen waren naar het oordeel van het Hof aan te merken als legitiem. Het heeft dat oordeel gegrond op de overweging dat de doelstellingen voldoen aan werkelijke en zwaarwegende behoeften van KLM, te weten enerzijds het kunnen beschikken over voldoende en voldoende gekwalificeerde verkeersvliegers tegen aanvaardbare loonkosten en anderzijds het kunnen bieden van een loopbaanperspectief aan instromende verkeersvliegers (die daarbij een groot belang hebben vanwege de door hen gemaakte kosten voor de vliegopleiding) met de mogelijkheid van volledige pensioenopbouw. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat circa 90% van de vliegers is aangesloten bij VNV en dat het verplichte pensioenontslag een groot draagvlak heeft binnen de KLM-organisatie.

De Hoge Raad laat de beslissing van het hof in stand. Er is geen sprake van ongeoorloofde discriminatie en de piloten werden dus wederom in het ongelijk gesteld. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan en de tijd van gaan is voor KLM-piloten dus aangebroken bij het bereiken van de 56-jarige leeftijd.

De uitspraak

Hoge Raad 13 juli 2012, LJN BW3367

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law