Verhaal WAV-boete op formele werkgever

Bij de Rotterdamse rechtbank loopt een procedure tussen een tuinbouwbedrijf en een uitzendbureau, over de vraag wie uiteindelijk de kosten moet dragen van opgelegde boetes in het kader van de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV). Deze boetes kunnen door de Arbeidsinspectie worden opgelegd als blijkt dat bij een bedrijf illegale vreemdelingen werkzaam zijn, ondanks dat zij niet beschikken over de benodigde tewerkstellingsvergunning.

"Werkgever" in de zin van de WAV is iedereen in de keten: in dit geval dus zowel het uitzendbureau als het tuinbouwbedrijf. Nadat bleek dat er (via het uitzendbureau) drie Bulgaren zonder tewerkstellingsvergunning werkzaam waren bij het tuinbouwbedrijf, heeft dat bedrijf een boete gekregen van € 24.000. Het uitzendbureau zelf heeft een boete van € 12.000 gekregen. Later zijn opnieuw twee Bulgaren aangetroffen, ingehuurd via het zelfde uitzendbureau, waarna aan het tuinbouwbedrijf nog eens een boete van € 16.000 werd opgelegd.

De Rotterdamse rechtbank heeft onlangs een tussenvonnis in deze kwestie gewezen. Daarbij stelt de rechtbank vast, dat het vanzelfsprekend is dat een uitzendbureau arbeidskrachten ter beschikking stelt die ook daadwerkelijk in Nederland mogen werken. Het is een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst tussen uitzendbureau en tuinbouwbedrijf dat werknemers ter beschikking worden gesteld die géén tewerkstellingsvergunning hebben. Dat zou alleen anders zijn, als (bijvoorbeeld door een extreem laag uurtarief) direct duidelijk had moeten zijn bij het tuinbouwbedrijf dat er illegale vreemdelingen te werk zouden worden gesteld.

Verder is nog van belang, dat de rechtbank oordeelt dat het binnen het wettelijk systeem inderdaad mogelijk is om opgelegde boetes te verhalen op een andere partij in de keten van werkgevers. Ondanks dat elke werkgever een zelfstandige plicht heeft om te onderzoeken of alle werknemers de benodigde papieren bezitten, kan niettemin de afspraak worden gemaakt dat slechts één partij in de keten alle boetes voor zijn rekening neemt. In deze procedure wordt het tuinbouwbedrijf de mogelijkheid geboden om te bewijzen dat een dergelijke afspraak met het uitzendbureau is gemaakt, en dat de boetes dus kunnen worden verrekend met facturen die het uitzendbureau heeft verstuurd.

Uitspraak: Rechtbank Rotterdam 5 januari 2011, LJN BP3925

Zie ook:

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law