Strategische inschrijving bij aanbesteding

De voorzieningenrechter van de rechtbank Breda heeft geoordeeld dat de gemeente Geertruidenberg DVL Milieuservice terecht heeft uitgesloten in de openbare aanbestedingsprocedure met betrekking tot het leveren en uitzetten van minicontainers ten behoeve van het inzamelen van oud papier.

Wat was het geval? In de procedure zou gegund worden op basis van de laagste totaalprijs, maar die werd bepaald aan de hand van wegingsfactoren. Zo telde de prijs van het aanbrengen van een sticker bijvoorbeeld maar voor 5% mee, terwijl de prijs van de container zelf voor 45% meetelde. Het is dus verleidelijk om het bestickeren duur te maken en de container zelf goedkoop. Dat wordt ook wel strategisch inschrijven genoemd. Het is op zich toegestaan een strategische inschrijving te doen. Inschrijvers mogen hun biedingen zo invullen dat daardoor een maximaal of minimaal (afhankelijk van de systematiek) aantal punten wordt gescoord. De bedoeling van gunningscriteria is immers om aan te geven op welke wijze de aanbestedingsprocedure kan worden gewonnen. Een strategische inschrijving moet echter worden onderscheiden van een manipulatieve inschrijving, en de voorzieningenrechter oordeelde dat daar in dit geval sprake van was.

De rechter constateert het volgende:

DVL heeft ingeschreven met een prijs voor ‘Uitzetkosten per container’ (weegt voor 40% mee) van € 0,10. De andere inschrijvers hebben hierop ingeschreven met prijzen varierend tussen de EUR 2,75 en EUR 3,85. Het tarief van DVL is daarmee 27 keer lager dan het laagste tarief van de overige vier inschrijvers. DVL heeft ingeschreven met een prijs van EUR 19,00 voor ‘kosten leveren en aanbrengen sticker per container’ (weegt voor 5% mee). De andere inschrijvers hebben op dit onderdeel ingeschreven met prijzen varierend tussen de EUR 0,30 en EUR 0,65. In dit geval is de prijs die door DVL is geboden ruim 28 keer hoger dan het hoogste tarief van de overige vier inschrijvers. Het gevolg van deze wijze van inschrijven door DVL is dat DVL weliswaar de laagste eindscore heeft behaald – hetgeen zou betekenen dat de Gemeente de opdracht moet gunnen aan DVL – maar dat DVL de hoogste prijs heeft geboden van alle inschrijvers, namelijk EUR 193.377,75. Het verschil met de werkelijk laagste prijs is ruim EUR 37.000,–.

De rechter constateert dat de inschrijving manipulatief is, en oordeelt dat de gemeente de inschrijving van DVL terecht als ongeldig heeft aangemerkt.

De vraag die rijst is of de rechter tot hetzelfde oordeel zou zijn gekomen als ook anderen strategisch hadden ingeschreven en de verschillen tussen de diverse tarieven dus geringer waren geweest. Kortom, gemeenten doen er goed aan om de gunningscriteria zelf kritisch door te rekenen.

Uitspraak: Voorzieningenrechter rechtbank Breda 6 oktober 2010, LJN BO0109

Zie ook:

Het kort geding in aanbestedingszaken.

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law