Slecht werkgeverschap kost € 85.000,-

Er zijn twee soorten arbeidszaken; kortlopende zaken en langlopende zaken. De kantonrechter in Enschede heeft op 16 mei 2012 een beschikking gegeven in een langlopende zaak, die begon met een ontslag op staande voet van een vrachtwagenchauffeur uit november 2011. Daarover loopt nog een bodemprocedure en de kans bestaat dus dat de rechter uiteindelijk zal oordelen dat het ontslag niet terecht gegeven is. De loonbetalingsverplichting loopt dan dus door en de werkgever zal dan loon, wettelijke verhoging en rente moeten betalen over de volledige duur van de arbeidsovereenkomst.

Om die termijn kort te houden had de werkgever een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding ingediend. Dat was kennelijk afgewezen, want de kantonrechter moest hier oordelen over een hernieuwd verzoek om een nieuwe reden. Na enig graafwerk was de werkgever plotseling tot de conclusie gekomen dat de door de werknemer opgegeven overuren over een aantal jaren niet overeenkwamen omen met de tachograaf-schijven, waaruit de werkgever zij de conclusie trekt dat de chauffeur teveel uren heeft gedeclareerd en uitbetaald heeft gekregen.

Zaken waarin plotseling nieuwe feiten opduiken doen het meestal niet zo goed bij de rechter. Het ziet ernaar uit dat de kantonrechter hier in ieder geval vond dat de werkgever naar een nieuwe stok heeft gezocht om de hond te slaan. De feiten waren volgens de rechter onvoldoende onderbouwd om een oordeel te vormen en dan blijft over dat de werkgever wel erg zijn best aan het doen is om met modder te gooien naar iemand die het persoonlijk niet zo goed blijkt te gaan. De kantonrechter:

Ontegenzeggelijk laat [verzoekster] weinig tot niets na om te komen tot een situatie waarin zij gelijk krijgt. Uiteraard is dat haar goed recht, maar er zijn ook situaties denkbaar waarin het gepaster is om sommige acties achterwege te laten. De wijze waarop de onderhavige procedure is ingeleid is in de gegeven omstandigheden toch bepaald niet als fraai aan te merken. Enig begrip voor een weduwnaar, die nog volop in het proces van rouwverwerking zit en die zich plotsklaps alleen gesteld ziet voor de opvoeding van zijn kinderen, is wel het minste wat van een goed werkgever mag worden verwacht. Veel blijken van enig begrip geeft [verzoekster] niet af.

Het verzoek van de werkgever wordt wederom afgewezen. De werknemer had zelf een tegenverzoek ingediend. Hij kon de situatie niet meer aan en wilde nu zelf van de werkgever af. Uit een deskundigenoordeel blijkt dat hervatting bij de eigen werkgever schadelijk wordt geacht voor de gezondheid van de werknemer en dat dit een toename van de klachten kan veroorzaken. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juli 2012 koppelt daaraan een door de werkgever te betalen vergoeding van € 85.000,-. Dat is een substantieel bedrag. De werkgever had aangegeven dat zij dat niet kon betalen.

Het ‘habe nichts, habe wenig’ verweer van de werkgever wordt gepasseerd. Dit standpunt was onvoldoende onderbouwd en, zo voegt de kantonrechter toe, daarvoor zijn immers een groot aantal bescheiden nodig. En die waren er dus niet.

Deze zaak illustreert waarom een snelle en definitieve regeling echt de voorkeur verdient.

De uitspraak:

Kantonrechter Almelo – locatie Enschede 16 mei 2012, LJN BW6308

Zie ook:

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law