Servicekosten bij gedeeltelijke leegstand

In deze tijden van leegstand van kantoorgebouwen verdient het aanbeveling om de door de verhuurder in rekening gebrachte servicekosten eens goed door te nemen. Uit de jurisprudentie blijkt dat er verhuurders zijn die proberen zoveel mogelijk algemene kosten op het bord van de overgebleven huurders te leggen, inclusief kosten die eigenlijk zouden moeten worden toebedeeld aan de leegstaande kantoren. Dat mag niet volgens de Algemene Bepalingen van het veel gebruikte ROZ-model:

Als het gehuurde deel uitmaakt van een gebouw of complex en de leveringen en diensten mede betrekking hebben op andere daartoe behorende gedeelten, stelt verhuurder het redelijkerwijs voor rekening van huurder komende aandeel in de kosten van die leveringen en diensten vast. Verhuurder hoeft daarbij geen rekening te houden met de omstandigheid dat huurder van een of meer van deze leveringen en diensten geen gebruik maakt. Als een of meer gedeelten van het gebouw of complex niet in gebruik zijn, draagt verhuurder er bij de bepaling van huurders aandeel zorg voor, dat dit niet hoger wordt dan wanneer het gebouw of complex volledig in gebruik zou zijn.

Uit een op 14 december 2010 door het hof Amsterdam gedane uitspraak blijkt dat de huurder aanzienlijk meer servicekosten diende te betalen toen het gebouw gedeeltelijk leeg stond. De verhuurder probeerde de volgens hem verschuldigde € 43.003,62 aan servicekosten alsnog via de rechter te innen, maar die vordering werd in twee instanties afgewezen. Het gaat bij servicekosten vaak om zeer aanzienlijke bedragen, dus het loont zeker de moeite om de facturen eens naast elkaar te leggen.

Lijkt het niet te kloppen, dan wordt het tijd om vragen te stellen en zo nodig nader onderzoek te laten doen.

Uitspraak: Gerechtshof Amsterdam 14 december 2010, LJN BP0589

Zie ook:

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law