RET aansprakelijk voor val door gladheid

Amerikaanse toestanden in de Rotterdamse metro?

De rechtbank Rotterdam heeft in een uitspraak van 20 januari 2010 beslist dat de RET ING moet schadeloosstellen voor het loon dat ING doorbetaalde tijdens de arbeidsongeschiktheid van een op het Rotterdamse metrostation Romeynshof uitgegleden vrouw.

Wat was er gebeurd? In de vroege ochtend van 6 februari 2007 om ongeveer 6:17 uur komt een 53-jarige werkneemster ten val op het perron van metrostation Romeynshof in Rotterdam. Door de val heeft zij haar rechterbeen en haar enkel op diverse plaatsen gebroken en is zij tot 6 september 2007 arbeidsongeschikt geweest. ING heeft gedurende al die tijd het loon doorbetaald en vordert dit van de RET op basis van artikel 6:107a BW.

Ter nadere onderbouwing stelt ING in de eerste plaats dat de werkneemster ten gevolge van gladheid / ijsvorming op het open perron van het metrostation Romeynshof ten val is gekomen. In de tweede plaats stelt ING dat het in de nacht van 5 op 6 februari 2007 gevroren had, dat RET via de Roteb was gewaarschuwd voor mogelijke gladheid en dat RET desondanks niet, althans onvoldoende en/of te laat zout heeft gestrooid ter bestrijding van de verwachte gladheid. Voorts heeft RET niet zorggedragen voor het zogenoemde inlopen of inrijden van het zout, zodat dit in de vroege ochtend van 6 februari 2007 nog niet effectief was ter bestrijding van gladheid, aldus ING. Verder voert ING aan dat reizigers gewaarschuwd hadden kunnen worden voor gladheid op de perrons, bijvoorbeeld via de geluidsinstallatie, de matrixborden en/of door middel van op de perrons geplaatste borden. ING concludeert dat RET, door na te laten deze aanvullende maatregelen te treffen, onzorgvuldig heeft gehandeld en op die grond een onrechtmatige daad heeft gepleegd.

De RET voert verweer. RET voert in de eerste plaats aan dat de val van de werkneemster niet is veroorzaakt door gladheid, maar door het niet in acht nemen van de vereiste oplettendheid. In tweede plaats voert RET als verweer aan dat zij ruimschoots voldoende maatregelen heeft getroffen om de gladheid op haar perrons zoveel mogelijk te bestrijden. Voor de gladheidbestrijding heeft de RET een contract gesloten met een extern bedrijf, dat op basis van een plan van aanpak wordt ingeschakeld voor het strooien van zout in geval van (te verwachten) gladheid, hetgeen in dit geval ook is geschied, aldus RET. Zij wijst er daarbij op dat zij circa 42 metrostations met open perrons beheert en dat het voor haar redelijkerwijs niet mogelijk is om tegelijk op alle perrons en op alle tijdstippen elke vorm van gladheid te bestrijden. RET stelt dat dit praktisch onmogelijk is vanwege de logistiek, vanwege niet altijd goed te voorspellen weersomstandigheden, alsmede vanwege de omstandigheid dat van haar niet kan worden verwacht dat het zout na het strooien in opdracht van RET wordt "ingelopen" voordat de eerste reizigers arriveren.

Ondanks het verweer van de RET wijst de rechter de vordering van ING toe. De rechter vindt dat de RET nog meer had kunnen doen. Zo zouden bijvoorbeeld waarschuwingsborden kunnen worden geplaatst en zou vanaf het passeren van de eerste metro (ca. 5:45 uur) kunnen worden omgeroepen dat het perron ondanks strooien hier en daar nog glad kan zijn. Ook zou in de visie van de rechtbank op een andere manier gestrooid c.q. ingelopen kunnen worden.

Men zou menen dat het een feit van algemene bekendheid is dat het op een koude ochtend in februari rond een uur of zes wel vaker ergens glad is en dat een dergelijke val toch vooral een vorm van pech is, waarvoor niet onmiddellijk iemand anders aansprakelijk is. De rechter beslist anders.

Dit soort uitspraken staat niet op zich. De normen worden opgeschroefd en net als in Amerika zullen we heir meer en meer waarschuwingsborden gaan zien voor vrij gebruikelijke situaties, die iedereen kent, maar waar toch voor gewaarschuwd wordt om aansprakelijkheid te voorkomen. Het lijkt erop dat de claimcultuur definitief zijn intrede in Nederland heeft gedaan.

Uitspraak: rechtbank Rotterdam 20 januari 2010, LJN BM9798

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law