Orde der Transformanten verliest hoger beroep

De Orde der Transformanten uit Hoeven heeft ook in hoger beroep een zaak tegen de staat en de AVRO verloren. De Transformanten hadden eerder in kort geding aangevoerd dat de in een televisie-uitzending van Opsporing Verzocht gepresenteerde onderzoeksresultaten onvolledig, onjuist en tendentieus weergegeven zouden zijn en dat continue vermelding van de naam van de Orde der Transformanten tijdens de uitzending onnodig grievend is, nu haar betrokkenheid niet uit het strafdossier zou blijken. Er werd rectificatie geëist. Dat is in twee instanties afgewezen.

Waar ging het over? Op 9 december 2008 is in het televisieprogramma Opsporing Verzocht, uitgezonden door de Avro, aandacht besteed aan een aanslag op de ex-echtgenoot van een lid van de Orde der Transformanten. Daarbij zijn leden van de Orde in verband gebracht met de aanslag. Direct nadat het slachtoffer was geraakt heeft hij aangegeven dat de aanslag door de Orde der Transformanten gepleegd zou zijn en daar is dus ook onderzoek naar gedaan.

De politie heeft in de uitzending een signalement van de schutter verschaft en aangegeven dat de politie de beschuldigingen van het slachtoffer is gaan uitzoeken, hoewel uiteraard rekening werd gehouden met alle mogelijke scenario's. Daaraan werd toegevoegd dat er echt belangrijke aanwijzingen waren die wezen in de richting van leden van de Orde, te weten:

  1. Het feit dat het slachtoffer de Orde als dader heeft genoemd.
  2. Een in de buurt gesignaleerde rode Toyota Corolla, die op naam stond van een van de aangehouden leden van de Orde.
  3. Een lichtkleurige bestelwagen, vermoedelijk een Citroën Jumpy, waarin de schutter was gevlucht.
  4. De ontdekking van een volgsysteem (baken) onder een van de auto's van het slachtoffer, welk baken met batterijen bleek te zijn aangeschaft door opnieuw een lid van de Orde.

De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om de vordering toe te wijzen. De kernoverweging was als volgt:

Het OM heeft het vervolgingsmonopolie en daarom een ruime beleidsvrijheid bij het inzetten van opsporingsmiddelen. Deze inzet moet de voorzieningenrechter in beginsel respecteren en is in beginsel toetsbaar door de strafrechter. Slechts indien het OM in redelijkheid niet tot het aanwenden van het opsporingsmiddel/de opsporingsberichtgeving had kunnen komen of hij het middel op een manier heeft ingezet waartoe hij in redelijkheid niet had kunnen komen, is mogelijk een rol voor de voorzieningenrechter weggelegd.

Het hof bekrachtigt de uitspraak en neemt de overwegingen van de voorzieningenrechter over, en doet daar nog een schepje bovenop:

Van disproportionaliteit daarbij in die zin dat rectificatie moet volgen, is niet gebleken. Evenmin van (te) lichtvaardige blootstelling aan publieke verdachtmaking, zeker niet wanneer dit belang wordt afgezet tegen het zwaarwegende belang van de strafvervolging in deze ernstige zaak. Van schending van het recht op privacy of godsdienstvrijheid is niet gebleken. Voor de volledigheid wordt hieraan toegevoegd dat er bovendien sprake was van door de strafrechter getoetst voorarrest van twee leden van de orde, hetgeen de verdenking versterkt.

Al met al had de Orde der Transformanten volgens de rechter dus geen poot om op te staan.

Uitspraak (kop-staart-vonnis): Hof 's-Gravenhage 4 mei 2010, LJN: BM3222

Zie ook:

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law