Ontslag schoonmaker Schiphol wegens invoer van drugs

De kantonrechter in Haarlem heeft de arbeidsovereenkomst tussen schoonmaakbedrijf CSU en één van haar schoonmakers wegens dringende reden ontbonden, zonder toekenning van een ontslagvergoeding.

De schoonmaker was oorspronkelijk werkzaam binnen het beveiligd gebied van de luchthaven Schiphol. Op 10 november 2005 is hij in voorlopige hechtenis genomen wegens verdenking van drugssmokkel en -invoer op de luchthaven. Op 9 mei 2006 is de voorlopige hechtenis, in afwachting van verdere vervolging, geschorst. Daarna heeft de schoonmaker zijn werkzaamheden voor CSU hervat, zij het buiten het beveiligde gebied van Schiphol. In juli 2006, kort voordat de rechtbank uitspraak zou doen in de strafzaak tegen de schoonmaker, heeft CSU hem gemeld dat, voorzover er een veroordeling zou komen, CSU zich zou beraden over het beëindigen van de arbeidsovereenkomst wegens dringende redenen.

Op 5 oktober 2007 is de schoonmaker door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden vanwege het invoeren van 10 kilo cocaïne. In het arrest van het gerechtshof is onder meer te lezen: “De verdachte […] beging die feiten onder meer met [verweerder] en [XXX], die evenals verdachte […] werkzaam waren bij CSU schoonmaakdiensten op Schiphol”. Op 30 maart 2010 heeft de Hoge Raad de schoonmaker uiteindelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 jaar en 10 maanden.

De kantonrechter overweegt dat de gedragingen van schoonmaker een dringende reden voor beëindiging opleveren. Hij heeft immers gebruik gemaakt van zijn functie bij CSU om een ernstig misdrijf te plegen. CSU heeft zich bovendien als goed werkgever gedragen door de schoonmaker niet als schuldig aan te merken voordat zijn schuld onherroepelijk was vastgesteld.

Uitspraak: Kantonrechter Haarlem 30 juni 2010, LJN: BN0971

Zie ook:

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law