Onbemand tankstation? Huurrecht bedrijfsruimte is van toepassing

Een vraag die voor de huurrechtelijke praktijk van oliemaatschappijen erg van belang is, is welk huurregime van toepassing is op de huur en verhuur van onbemande tankstations. Het huurrecht voor bedrijfsruimten biedt relatief veel bescherming aan de huurder, terwijl het huurrecht voor overige bedrijfsruimte juist relatief voordelig is voor de verhuurder. De huurder heeft dus belang bij het van toepassing zijn van het huurrecht bedrijfsruimte (en de verhuurder dus niet).

Steeds meer maatschappijen exploiteren onbemande locaties om benzine, diesel en LPG te verkopen (denk aan Tinq, Argos Oil, BP Express, Shell Express en anderen). De vraag "hoe zit het nu eigenlijk met het toepasselijke huurrecht" is onlangs aan de kantonrechter te Assen voorgelegd. Deze oordeelt dat sprake is van verhuur van bedrijfsruimte.

Het ging in deze zaak om een onbemand Q8-station, door Kuwait Petroleum Nederland gehuurd van de eigenaar van de grond met daarop het tankstation. Op enig moment heeft de verhuurder de huur opgezegd. Q8 heeft zekerheidshalve (voorzover zou blijken dat sprake is van "overige bedrijfsruimte") een verzoek tot ontruimingsbescherming ingediend.

Er is in dit geval geen sprake van verhuur van onbebouwde grond; de ondergrondse en bovengrondse installaties waren bij het aangaan van de overeenkomst immers reeds aanwezig. Als er sprake is van een tankstation met een "shop" is, volgens vaste rechtspraak, sprake van huur van bedrijfsruimte. In dit geval moet nu beoordeeld worden of er ook sprake kan zijn van huur van bedrijfsruimte als er géén shop aanwezig is.

Criteria voor bedrijfsruimte zijn, dat er sprake is van "een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening". De Assense kantonrechter oordeelt, dat het begrip "lokaal" volgens de wetsgeschiedenis ruim moet worden uitgelegd; een "ruimte" zoals aanwezig op dit onbemande station is al voldoende. De paal waarin het kassasysteem is verwerkt is voor een ieder toegankelijk; "het publiek" kan daar brandstoffen afrekenen en krijgt als bewijs een bonnetje. De paal is dus geschikt voor de rechtstreekse levering van roerende zaken of dienstverlening. Ten behoeve van de dienstverlening aan het publiek wordt er verder voor gezorgd dat het tankstation een ordentelijke indruk maakt; het wordt bijvoorbeeld regelmatig schoongemaakt, en er hangen plastic handschoenen om geen vieze handen te krijgen bij het tanken. Het tankstation is verder plaatsgebonden, Q8 doet met haar Libertycard aan klantenbinding, en Q8 heeft investeringen in de locatie gedaan die zij verwacht binnen een redelijke tijd terug te verdienen. Slotsom is dus dat er sprake is van huur van bedrijfsruimte.

Nu Q8 steeds heeft geprotesteerd tegen opzeggingspogingen van de verhuurder is de huurovereenkomst dus ook niet geëindigd, omdat er geen onherroepelijke rechterlijke uitspraak is waarin de beëindigingsvordering is toegewezen.

Uitspraak: Kantonrechter Assen 20 oktober 2011, LJN BU4747

Zie ook:

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law