Omgangsregeling met hond

Het kwam al vaker voor, maar Edwin de Roy van Zuydewijn en prinses Margarita lijken inmiddels definitief een juridische trend te hebben gezet. De rechtbank moet zich tegenwoordig met enige regelmaat buigen over een omgangsregeling met een hond. Dat geeft interessante complicaties, al was het maar omdat niet het familierecht maar het vermogensrecht moet worden toegepast. Zo bleek Margarita eigenaar van 'Paco' en kreeg De Roy van Zuydewijn dus geen omgangsregeling.

In een door het gerechtshof Leeuwarden op 11 oktober 2011 besliste zaak lag het anders. We weten niet hoe de hond heet, want de zaak is geanonimiseerd, maar vast staat dat het gaat om een reu die ongeveer zes jaren bij partijen in hetzelfde huis heeft gewoond. Op de stamboompapieren van de kooikerhond staat vermeld dat beide partijen eigenaar zijn. Dus beiden hebben gelijke rechten. Ter gelegenheid van de beëindiging van het geregistreerd partnerschap tussen de twee eigenaren is een omgangsregeling vastgesteld, die erop neerkomt dat de hond van zondagavond tot donderdagavond bij de vrouw verblijft, en donderdagavond tot zondag avond bij de man.

Dat was dus goed geregeld. Maar op een goede (of liever een kwade) dag wilde de vrouw de hond laten castreren vanwege het door haar gestelde onhandelbare gedrag van de hond zodra een loops teefje in de buurt is. De man voelde mee met de hond, en verzette zich tegen de castratie, reden voor de vrouw om een vordering in kort geding in te stellen. Dat werd helemaal niets.

Tijdens de procedure is de vrouw in ieder geval wel tot het inzicht gekomen dat een gedragsonderzoek nodig is om te kunnen vaststellen of de hond door zijn hormonen onder druk komt als hij bij haar dan wel bij de man verblijft. En zover was het nog niet, dus de vordering tot castratie was niet echt toewijsbaar. Maar er moest wel iets te vorderen overblijven. Uiteindelijk wilden beide partijen afgifte van de hond, en dat werd evenmin iets, want de rechter kwam er niet uit.

De vorderingen over en weer werden dus in twee instanties afgewezen. Het hof overweegt ten overvloede dat gelet op de stellingen van partijen in het hoger beroep niet is te voorzien of de hond in een bodemprocedure aan de vrouw dan wel de man zal worden toegescheiden.

Het hof is dan ook niet in staat op een beslissing van de bodemrechter te anticiperen. Het hof voegt hieraan toe dat het uit de stellingen van partijen begrijpt dat het voor geen van hen beiden te verteren is dat de hond aan de ander wordt toegewezen. In een bodemprocedure zal dienaangaande toch een beslissing worden genomen. Partijen voorkomen dus veel kosten, moeiten, tijd en stress door zelf een definitieve regeling te bewerkstelligen.

En zo ligt de bal weer bij partijen zelf.

De uitspraak:

Gerechtshof Leeuwarden 11 oktober 2011, LJN BT7456

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law