Niet-geslaagde ontkenning van het vaderschap

Een kat in het nauw maakt rare sprongen, zo blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Breda. Wat was het geval? Een vrouw was bevallen van een kind, en had het vermoeden dat een bepaald persoon (een zekere Y.) de vader was. Daartoe is een procedure gestart tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. In die procedure heeft de rechtbank Y. bevolen mee te werken aan een DNA-onderzoek, zodat zou blijken of hij inderdaad de vader van het kind was.

Kennelijk vermoedde Y. zelf ook dat hij de vader was, maar wilde hij zijn verplichtingen ontlopen, want uit de uitspraak blijkt het volgende. Bij het instituut waar het DNA getest zou worden, verscheen een man die zich als Y. presenteerde, en ook een identiteitsbewijs op naam van Y. bij zich had. Omdat identificeren mensenwerk is, en er dus altijd fouten mogelijk zijn, wordt voor de zekerheid altijd ook een foto gemaakt van degene die wordt getest. Die foto blijkt uiteindelijk de doorslag te geven in deze zaak. De vrouw vertrouwde de uitslag van het onderzoek namelijk niet (die uitslag was dat er geen verwantschap was tussen de man en het kind), en heeft vervolgens het dossier, waaronder de gemaakte foto, opgevraagd bij het testinstituut. Uit deze foto blijkt, dat zich blijkbaar iemand bij het instituut heeft gemeld die weliswaar enigszins op Y. lijkt, maar het niet is. Er is dus niet bij de juiste persoon DNA afgenomen.

Omdat de rechtbank kennelijk inmiddels ook twijfelde aan de goede bedoelingen van Y., is besloten om tijdens de zitting van de rechtbank opnieuw DNA af te nemen, en nu van de persoon die door de vrouw was aangewezen als waarschijnlijke vader. Het geteste DNA zou nu dus van de juiste vermoedelijke vader afkomstig zou zijn. En inderdaad, uit het nieuwe rapport blijkt dat Y. met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de vader is. Zijn poging om te ontkomen aan de (juridische) gevolgen van het vaderschap is dus niet geslaagd. Y. wordt tenslotte ook veroordeeld om de kosten van het tweede DNA-onderzoek te betalen, omdat dat onderzoek uitsluitend noodzakelijk was omdat hij zand in de machine probeerde te gooien.

Uitspraak: rechtbank Breda 10 december 2010, LJN BO8969

Zie ook:

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law