Intercompany-lening niet geschikt als steunvordering

De aanvrager van een faillissement zal op de één of andere manier aannemelijk moeten maken dat de wederpartij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Dat betekent dat er, naast de vordering van de aanvrager, nog minimaal één andere vordering dient te bestaan. Bij betwisting door de wederpartij dient de aanvrager het bestaan van de steunvordering aannemelijk te maken. Bij b.v.'s en n.v.'s beroepen sommige schuldeisers zich daarvoor op eigen stukken van de rechtspersoon, waaruit blijkt van rekening-courantverhoudingen of van vorderingen van gelieerde rechtspersonen (bijvoorbeeld zogenoemde intercompany-leningen). Het Hof Den Bosch diende zich onlangs uit te laten over de vraag of een "intercompany"-lening inderdaad voldoet als steunvordering.

Wat was het geval? Op verzoek van een bank (die kennelijk een financiering had verstrekt) is B.V. X op 7 december 2010 failliet verklaard. B.V. X is tegen het vonnis van faillietverklaring in hoger beroep gekomen. De bank heeft gesteld dat een aantal andere vorderingen bestond. Concreet heeft de bank gewezen op schulden van B.V. X aan een tweetal andere B.V.'s, waarvan de bestuurders van B.V. X (in)direct aandeelhouder en bestuurder zijn. Het zou, volgens B.V. X, gaan om achtergestelde "intercompany" leningen. De bank heeft dat betwist, en wijst op een uitspraak van de Hoge Raad over wat volgens de Hoge Raad achtergestelde leningen zijn.

Het hof overweegt dat in dit geval niet blijkt dat B.V. X is opgehouden te betalen. Zo lang de gelieerde rechtspersonen geen aanspraak maken op betaling van hun "intercompany"-schulden, kan uit deze schulden geen toestand van te hebben opgehouden te betalen worden afgeleid. Deze leningen zijn dus niet voldoende om als steunvordering bij de faillissementsaanvraag te dienen. Andere door de bank aangevoerde steunvorderingen zijn te vaag en te weinig onderbouwd. Daarom vernietigt het hof het faillissement van B.V. X. De kosten van de curator komen echter wel voor rekening van B.V. X, nu B.V. X immers de bank niet betaalt en daarmee over zich heeft afgeroepen dat de bank het faillissement zou aanvragen.

Uitspraak: Gerechtshof Den Bosch 1 maart 2011, LJN BV2217

Zie ook:

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law