Caution Wet Floor

Uit een uitspraak van 26 januari 2010 van het Gerechtshof Amsterdam blijkt dat een schoonmaakbedrijf aansprakelijk is voor de schade van een man, die was uitgegleden op een natte pas gedweilde vloer.

Een medewerker van een daartoe ingehuurd schoonmaakbedrijf dweilde op dinsdagochtend 23 mei 2000 de plavuizen vloer van de hal van het gebouw van een taxibedrijf in Zaandam. Hij maakte daarbij gebruik van een middelblauwe mopemmer met aan beide zijden onder elkaar in zwarte letters de woorden 'Caution Wet Floor'. Boven deze woorden is aan beide zijden een driehoek afgebeeld met in de driehoek een uitroepteken.
De directeur P&O van het taxibedrijf liep de hal binnen en is lelijk ten val gekomen op de plavuizen vloer en heeft daarbij een gecompliceerde beenbreuk opgelopen. Anders dan de rechtbank acht het hof het schoonmaakbedrijf aansprakelijk.

Het hof meent dat het in de schoonmaakbranche algemeen bekend is dat de werkplek bij natte vloerreiniging met waarschuwingsborden moeten worden gemarkeerd. Het treffen van maatregelen moet volgens het hof dan ook als gebruikelijk en bovendien als weinig bezwaarlijk worden aangemerkt. De emmer kan niet als afdoende maatregel worden beschouwd. Het geringe contrast tussen de middelblauwe kleur van de emmer zelf met opdruk valt niet voldoende op, aldus het hof. Het nalaten wordt onrechtmatig geacht, reden om het schoonmaakbedrijf te veroordelen tot de door de directeur P&O gevorderde schadevergoeding.

Uitspraak: Gerechtshof Amsterdam 26 januari 2010, LJN BO7591

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law