ANVR verliest zaak over commissie

De kantonrechter Haarlem heeft in zijn beslissing van 30 mei 2012 de vorderingen van ANVR tegen diverse luchtvaartmaatschappijen afgewezen.

Commissie

Deze zaak gaat over de betaling van commissie aan de (reis)agent. De luchtvaartmaatschappijen willen daar vanaf. Het past niet meer in de moderne wijze van zaken doen. De agenten zijn het daar niet mee eens. Zij willen een redelijke beloning van de luchtvaartmaatschappijen. Het achterwege laten van een beloning (provisie) is in de ogen van de ANVR onacceptabel. Verder meent de ANVR dat een agentuurovereenkomst, waarin de reisagenten geen recht op provisie meer hebben, zich niet verdraagt met de Nederlandse en Europese wet- en regelgeving en de IATA-resoluties inzake agentuur.

De nieuwe overeenkomst

Aanleiding voor het geschil vormt een aan de agenten voorgelegde nieuwe overeenkomst. Deze overeenkomst lijkt erg op een agentuurovereenkomst, maar de bepalingen met betrekking tot provisie zijn eruit geschrapt. Dus de agent mag op naam van de principaal overeenkomsten aangaan (door middel van het boeken van vluchten), maar de luchtvaartmaatschappijen zullen geen commissie meer betalen. De agenten kunnen, desgewenst, wel een bedrag aan hun klanten in rekening brengen voor advies en reisbemiddelingsdiensten, maar hier staan de luchtvaartmaatschappijen buiten.

Geen commissie voor ANVR-agenten

De agenten protesteren hevig tegen de uitholling van hun rechtspositie en beginnen een procedure.

De onderbouwing door ANVR

ANVR onderbouwt de vordering als volgt. Het betalen van provisie is één van de wezenlijke kenmerken van de agentuurovereenkomst en één van de belangrijkste verplichtingen van de principaal. Op grond van de dwingendrechtelijke normen van artikel 7:430 BW dient de handelsagent een beloning te krijgen voor de bemiddelingsdiensten. Partijen hebben altijd samengewerkt op basis van een agentuurverhouding. De luchtvaartmaatschappijen beschouwen hun nieuwe contracten nog steeds als agentuurovereenkomst. Dus er moet ook commissie betaald worden.

Het verweer van de luchtvaartmaatschappijen

Op grond van artikel 6 lid van de Richtlijn 86/653/EEG kan het recht op loon bij overeenkomst worden uitgesloten. De Nederlandse wet kent geen dwingendrechtelijke bepalingen inzake het recht op loon.
Uit artikel 7:445 lid 1 BW volgt dat partijen kunnen afwijken van artikel 7:425 BW, artikel 7:426 lid 1 BW en artikel 7:428 lid 1 BW. Partijen kunnen dus overeenkomen dat "tegen beloning" niet wordt overeengekomen dan wel uitdrukkelijk wordt uitgesloten in de tussen hen van toepassing zijnde overeenkomst.

De kantonrechter

De kantonrechter hakt de knoop door in het nadeel van de reisbureaus. Omdat het om een procedure gaat die betrekking heeft op alle overeenkomsten met reisagenten, kijkt de rechter niet naar individuele omstandigheden in individuele gevallen, maar slechts naar de tekst van de nieuwe agentuurovereenkomst. Daarin ontbreekt een plicht tot commissiebetaling en dan is het geen agentuurovereenkomst, aldus de rechter.

ANVR lijkt in dit verband met haar stellingen te miskennen dat aanspraak op commissie niet een gevolg is van een agentuurovereenkomst, maar een vereiste daarvan.

De ANVR had nog veel meer grondslagen geformuleerd, maar die worden door de rechter van tafel geveegd in de eindbeslissing. Volgens de rechter zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om tot een toewijzing te komen.

Aldus mogen de reisagenten wel bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten, maar ze krijgen er voorlopig niets voor terug.

De uitspraak

Tussenvonnis kantonrechter Haarlem 3 juli 2011, LJN BW7341
Eindvonnis kantonrechter Haarlem 30 mei 2012, LJN BW7343

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law