Omgang na beëindiging relatie

In een recente uitspraak van het hof Leeuwarden ging het over een man die tijdens een aanhangige bodemprocedure, waarin onder meer een omgangsregeling vastgesteld diende te worden, vrijwel geen omgang met zijn kinderen had.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad waaruit twee kinderen geboren zijn. In het geding is de omgangsregeling tussen de man en de kinderen. Tijdens de procedure is de vrouw – zonder toestemming van de man – met de kinderen verhuisd, waardoor de bestaande omgangsregeling gefrustreerd werd. De man voelde zich dan ook genoodzaakt om nog tijdens de bodemprocedure een kort geding aan te spannen tegen de vrouw waarin hij o.a. verzocht om het vaststellen van een omgangsregeling totdat in de bodemprocedure een definitieve beslissing was genomen. De voorzieningenrechter heeft om onduidelijke redenen de vordering van de man afgewezen. Daarop heeft de man in hoger beroep nogmaals getracht zijn gelijk te halen. Het gerechtshof is de man gunstiger gezind.

Volgens het Hof heeft de ouder de plicht en het recht om zijn of haar minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Hiervoor is het echter wel van belang dat de ouder een nauw contact met het kind heeft, omdat anders immers de ouderplichten niet nagekomen kunnen worden. Het omgangsrecht is dan ook te beschouwen als een fundamenteel recht. Onder bepaalde omstandigheden, wanneer dit in het belang van het kind zou zijn, kan wel besloten worden dat de omgang enige tijd geschorst of ontzegd wordt.

De vraag is in casu of ook als reeds een bodemprocedure is gestart daarnaast in kort geding een omgangsregeling vastgesteld kan worden. Het Hof stelt dat niet is gebleken dat de omgang met de man de kinderen schaadt. Door de verhuizing van de vrouw is de omgang gefrustreerd. Ouders dienen echter te overleggen met elkaar over zaken die de kinderen betreffen – niet alleen na, maar ook al tijdens een scheidingsprocedure. Een ouder kan niet eigenhandig bepalen hoe de omgang zal plaatsvinden. Het Hof stelt dan ook een voorlopige omgangsregeling vast tussen de man en de kinderen die geldt totdat in de bodemprocedure een einduitspraak is.

Uitspraak: gerechtshof Leeuwarden 26 juli 2011, LJN BR3136

Zie ook:

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law