Ontslag statutair directeur

Inleiding

De statutair directeur en de voetbaltrainer hebben veel gemeen. Gaat het goed, dan worden ze bejubeld. Gaat het niet goed, dan is de oplossing snel gevonden. Een gedwongen vertrek is dan geen uitzondering. Wettelijk is dit ook mogelijk. Iedere bestuurder kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door degene die bevoegd is tot benoeming, aldus art. 2:134 BW voor de bestuurder van de naamloze vennootschap en in art. 2:244 BW voor de besloten vennootschap.

Zo simpel als het in de wet valt te lezen is het in de praktijk echter niet. Enerzijds biedt de wet de vennootschap inderdaad meer mogelijkheden tot ontslag dan in het geval van een gewone werknemer. Anderzijds heeft de statutair directeur bepaalde specifieke rechten, die het ontslag kunnen compliceren. Er heeft zich een rijke jurisprudentie ontwikkeld, niet in de laatste plaats omdat de emoties vaak hoog oplopen. Uiteraard speelt geld ook een rol. Veel geld.

Er is veel geprocedeerd door ontslagen bestuurders en regelmatig met succes. Uit jurisprudentie blijkt duidelijk dat het maken van fouten in de ontslagprocedure vervelende en soms kostbare gevolgen kan hebben. Twee daarvan springen in het oog.
Soms treedt het gewenste effect niet in; de bestuurder is nog altijd in functie. Soms komt weliswaar een einde aan het dienstverband, maar is de prijs die daarvoor betaald moet worden onnodig hoog. Het proces van ontslag van een bestuurder heeft wat weg van een schaakspel met hoge inzet. Wie denkt zich in de opening wat nonchalante fouten te kunnen permitteren komt al gauw op een moeilijk overwinbare achterstand. Win dus altijd vooraf op de concrete omstandigheden van het geval afgestemd advies in en bepaal samen met een adviseur de te kiezen strategie. Hieronder volgt een korte beschrijving van enige aspecten van het ontslag van de statutair directeur.

Statutair directeur

Wat is een statutair directeur? Wie het begrip statutair directeur in de wet opzoekt zal daarin niets aantreffen. Met statutair directeur wordt de bestuurder van de vennootschap bedoeld. Wat in de volksmond de statutair directeur is gaan heten is de door de algemene vergadering van aandeelhouders (of commissarissen) benoemde bestuurder van de besloten of naamloze vennootschap. Andere personen, die bijvoorbeeld de persoonlijke titel ‘algemeen directeur’ of ‘afdelingsdirecteur’ dragen zijn gewone werknemers. De bestuurder staat in een bijzondere vennootschappelijke verhouding tot de vennootschap en heeft specifieke in de wet geregelde rechten en plichten. Bij het ontslag van een ‘directeur’ moet allereerst dus nagegaan worden of sprake is van een bestuurder. Is dit niet het geval, dan gaat het om een gewone werknemer, waarop het gewone arbeidsrecht van toepassing is.

Bestuurder en werknemer

Het komt veel voor dat een bestuurder door een andere rechtspersoon ter beschikking wordt gesteld krachtens een ‘management overeenkomst’. Er is dan geen arbeidsrechtelijke relatie tussen de inhurende vennootschap en de bestuurder. In de regel is een dergelijke relatie makkelijker te verbreken dan wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Niettemin kunnen zich hier ook de nodige complicaties voordoen.

In een groot aantal gevallen bestaat tussen de vennootschap en de statutair directeur naast de vennootschapsrechtelijke verhouding een arbeidsovereenkomst. Ten dele is de statutair directeur gewoon werknemer. Dit ‘dualistische’ karakter van de arbeidsovereenkomst is één van de redenen waarom het beëindigen van de verhouding tussen de bestuurder en de vennootschap gecompliceerd kan zijn. Er moeten twee banden verbroken worden. Dit leverde voorheen vaak ernstige complicaties op. Met de hieronder te bespreken uitspraak van de Hoge Raad van 15 april 2005 is de situatie echter een aanzienlijk vereenvoudigd.

Schorsing en ontslag

Hierboven is reeds aangegeven dat de statutair directeur te allen tijde kan worden geschorst en ontslagen. Dat betreft met name de vennootschapsrechtelijke band. Er hoeft geen ontslagvergunning te worden aangevraagd bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Voor een rechtsgeldig ontslagbesluit is het noodzakelijk dat het juiste orgaan (aandeelhouders of commissarissen) op de in de wet en statuten bepaalde wijze tot het ontslag besluiten. Neem daarbij alle noodzakelijke formaliteiten in acht. Let bijvoorbeeld op de termijnen van oproeping. Roep ook alle aandeelhouders op de juiste wijze op, vermeld het onderwerp van de vergadering in de oproeping, etc. Op grond van de wet hebben bestuurders en commissarissen in de algemene vergadering een raadgevende stem. Ook zij moeten derhalve voor de vergadering worden opgeroepen en in de gelegenheid worden gesteld om hun advies te geven. Dat geldt met name ook voor de bestuurder die ontslagen dient te worden. Bij niet naleving van dit voorschrift is het desbetreffende besluit vernietigbaar, zo heeft de Hoge Raad in 1995 bepaald. Ook kan het niet horen van de directeur gevolgen hebben voor de hoogte van de vergoeding. Hoewel er auteurs zijn die menen dat dit een onjuiste toepassing van de wet is, is het in de praktijk verstandig om uiterst zorgvuldig te handelen. Het is beter om in specifieke gevallen enig uitstel op de koop toe te nemen, dan om een mogelijk aantastbaar besluit te nemen. Algemene regels zijn niet te geven. Veel hangt af van statuten en de precieze verdeling van de aandelen. Het door te lopen traject blijft maatwerk. Ook tijdens de vergadering dient zorgvuldig gehandeld te worden. In veel gevallen zal daadwerkelijk besloten worden tot ontslag. Daarmee is de eerste stap gezet.

Arbeidsovereenkomst

De Hoge Raad heeft in de uitspraak van 15 april 2005 duidelijke regels neergelegd voor de vraag of naast het vennootschapsrechtelijk ontslag ook nog een beëindiging van de arbeidsovereenkomst noodzakelijk is. De Hoge Raad heeft het volgende bepaald:

Wanneer een natuurlijke persoon die als bestuurder van de naamloze of besloten vennootschap is benoemd en – zoals veelal het geval is – krachtens arbeidsovereenkomst zijn werkzaamheden verricht, bij een geldig besluit van het bevoegde orgaan van de vennootschap als bestuurder ontslag is verleend, verliest hij ingevolge art. 2:134 lid 1 BW onderscheidenlijk art. 2:244 lid 1 BW de hoedanigheid van bestuurder van de vennootschap en kan hij geen van de aan deze hoedanigheid verbonden bevoegdheden meer uitoefenen, maar behoeft dit niet tot gevolg te hebben dat ook de dienstbetrekking eindigt.
Het antwoord op de vraag welke gevolgen het ontslagbesluit heeft voor de arbeidsverhouding tussen de bestuurder en de vennootschap, moet worden gegeven aan de hand van het bepaalde in de arbeidsovereenkomst en in de op arbeidsovereenkomsten toepasselijke wetsbepalingen, voor zover Boek 2 BW deze wetsbepalingen niet uitdrukkelijk terzijde stelt.
Naar mede blijkt uit de wetsgeschiedenis, strekken deze bepalingen ertoe te bewerkstellingen dat door een ontslagbesluit ook een einde wordt gemaakt aan de arbeidsrechtelijke verhouding. Daarom heeft te gelden dat een ontslagbesluit in beginsel tevens beëindiging van de dienstbetrekking van de bestuurder tot gevolg heeft. Voor een uitzondering is slechts plaats indien een wettelijk ontslagverbod aan die beëindiging in de weg staat of indien partijen anders zijn overeengekomen.
De statutaire bestuurder van een besloten vennootschap of een naamloze vennootschap kan eenzijdig zijn functie neerleggen; aanvaarding van zijn ontslagneming is geen vereiste voor de effectuering daarvan.
De Hoge Raad heeft met dit arrest veel duidelijkheid heeft geschept, maar er moet dus nog wel altijd aandacht besteed worden aan de vraag of de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk geëindigd is, en het blijft een feit dat de arbeidsovereenkomst op verschillende manieren kan eindigen. Dit is dus maatwerk. Soms kan ervoor gekozen worden om de arbeidsovereenkomst met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn op te zeggen. Een ontslag op staande voet behoort ook tot de mogelijkheden, maar men moet zich bij het nemen van dit soort maatregelen uiteraard realiseren dat een rechterlijke toetsing achteraf in het nadeel kan uitpakken. De wijze van beëindiging van het dienstverband kan invloed hebben op de hoogte van een eventuele door de rechter aan de statutair directeur toe te kennen vergoeding.

Denk eraan dat de gewezen bestuurder een schadevergoeding zou kunnen vorderen, wegens kennelijk onredelijke opzegging. Deze vergoeding kan in de papieren lopen, helemaal wanneer het ontslag om een voorgewende of valse reden is gegeven. Vaak wordt vrijwillig een bedrag betaald, al dan niet na onderhandeling over de hoogte daarvan. Lees hierover meer in het artikel Kennelijk onredelijk ontslagvergoeding statutair directeur.

Slot

Door de grote belangen die op het spel staan kan het ontslag van een statutair directeur al gauw escaleren. In onze ervaring is het verstandig om een duidelijke strategie te kiezen en om daarbij de procedure niet te schuwen. In veel gevallen komt die procedure er niet. Overleg heeft uiteindelijk vaak de voorkeur. Na enig gehak over en weer wordt dan snel zaken gedaan. Afhankelijk van de situatie komt het zelfs in het geheel niet tot een oplopend conflict. Wanneer overeenstemming is bereikt over de hoogte van de vergoeding is het afwikkelen van de rechtsverhouding nog slechts een geringe formaliteit.

Informatie

Indien u nadere informatie wenst naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u contact opnemen met de contactpersoon van de praktijkgroep arbeidsrecht. Stel hier vrijblijvend uw vraag aan de gespecialiseerde advocaat.

Print deze pagina Print deze pagina

Nederlandse Orde van Advocaten Official partner of Erasmus School of Law